Nieuw beleid en ambitie

Met de ambitieuze duurzaamheidsprogramma’s van de EU en het Rijk staan gemeenten in Nederland voor de grote uitdaging om hun steentje bij te dragen aan een schone en veilige leefomgeving. Slimme energieconcepten voor hernieuwbare energiebronnen kunnen hieraan bijdragen. De gemeente speelt hier op in, onder andere door zich in te zetten voor de implementatie van duurzame energiebronnen in het stedelijk gebied. In ons land zijn enkele unieke pionierswerken opgestart waarbij duurzame energie wordt gekoppeld aan stedelijke gebiedsontwikkeling. In het landelijk gebied speelt duurzame energie al een rol van betekenis in de tuinbouwsector, maar in de steden is duurzame energie nog een nieuw fenomeen. De implementatie hiervan lijkt nog een complex gegeven te zijn dat een veelheid aan vraagstukken oproept.

Gebieds- ontwikkeling nieuwe stijl

Met ambitie om meer duurzaamheid groeit ook het besef dat duurzaamheid een grotere plek moest krijgen in de toekomstige ontwikkeling van ons land. Gebiedsontwikkeling zou daar bij uitstek een podium voor kunnen zijn. De koppeling van vastgoed, gebruik en zogeheten stromen heeft steeds meer weerklank gekregen in de praktijk. Het begrip stromen staat voor alles dat het gebruik van vastgoed mogelijk maakt. Hierbij kan worden gedacht aan mobiliteit, water, energie, afval, communicatie, gezondheidszorg, veiligheid en maatschappelijke ontwikkeling. Deze manier van ontwikkelen wordt gezien als gebiedsontwikkeling 3.0 waarbij wordt gestuurd op zowel de huidige en tijdelijke exploitatie van het gebied als op het beoogde gebruik in de uiteindelijke exploitatiefase . Met andere woorden, een nieuw verdienmodel waarbij wordt gestuurd op rendement in de exploitatiefase door de toekomstige gebruikers. Duurzaamheid neemt in gebiedsontwikkeling 3.0 een bijzondere plek in doordat de exploitatie van het gebied vaak gekoppeld wordt aan energie, afval, water, transport, enzovoort.

DUURZAAMHEID ALS MOTOR VOOR DE STEDELIJKE ECONOMIE

De stedelijke gebieden in Nederland worden gezien als de grootste producent van CO2-uitstoot. Met maar liefst zeventig procent uitstoot afkomstig uit economische activiteiten uit de stad ligt het voor de hand dat de steden, en daarmee de lokale overheden, zelf actie ondernemen om deze uitstoot terug te dringen. In Nederland zijn momenteel ruim honderd gemeenten lid van de klimaatagenda. Door de steeds strengere milieunormen wordt de CO2-uitstoot aan banden gelegd en groeit de noodzaak om deze activiteiten anders in te richten, met als doel: minder afval, minder CO2-emmissies en minder verbruik van eindige grondstoffen. Naast het streven tot het behalen van de klimaatdoelen valt bij met name de grote gemeenten een tendens op dat duurzaamheid meer en meer wordt gezien als een manier om de economie te stimuleren. Voor grote gemeenten is dit een logische gedachtegang: de meeste economische activiteiten vinden immers plaats in de buurt van een grote stad.